Gríma is een griffioen: een wezen met het lichaam van een leeuw en de kop en de poten van een adelaar. Ze spuwt vuur, waardoor alles op Heimar gaat groeien en bloeien. Maar dat doet ze alleen als ze haar magische ring om heeft. In die ring zit namelijk een bijzondere steen, de zonnevuurkristal.
Gríma is doodeng. Als ze brult als een leeuw, rammelen de kopjes in de kast en vallen er dingen naar beneden. Alsof dat nog niet genoeg is, krijst ze daarna als een enorme roofvogel. Het geluid is zo scherp dat je oren er pijn van doen en je het liefst zou willen verdwijnen.
Doordat Gríma de ring verloren is, is ze niet te genieten. Ze is onaardig tegen de paarden en ze bedreigt Sofie. Normaal leeft ze van zonlicht, maar nu zou ze wel een paard willen eten! Of een meisje. Sofie is dan ook doodsbang voor haar.
Als Gríma haar ring weer om heeft, verandert ze opeens als een blad aan de boom. Ze is dan zo lief en aaibaar als een huiskat. Het was erg leuk om dat stukje te schrijven, en de koosnaampjes te bedenken die Gríma aan Sofie geeft.
Ze noemt haar onder andere zoeteke, lievig liefje, duifje en moppig mopsje.