Gertrud Jetten - Manege de Zonnehoeve

Op een prachtige zondagmorgen kwam Nikki al vroeg het erf van de Zonnehoeve op fietsen. In het mandje voorop haar fiets lag een zak appels.

Romario trippelde vlug naar het hek. Hij was dol op appels, op alles eigenlijk wat zoet was. Suiker was natuurlijk het lekkerste, maar dat kreeg hij niet van Nikki. Hij fantaseerde wel vaker over de suikerspin waar hij op de kermis een hap van had genomen. Zoiets heerlijks had hij nog nooit gehad! Het spul smolt op zijn tong en was zoeter dan alles wat hij daarvoor geproefd had. Dat zou hij nog wel een keer willen!
‘Hoi Romario!’ riep Nikki. Ze zette haar fiets aan de kant en liep naar hem toe. ‘Het is een hele bijzondere dag vandaag,’ zei ze een beetje plechtig tegen hem. ‘We gaan vandaag op stap en ik verklap niet waar we naar toe gaan!’
‘Nou goed dan,’ voegde ze er aan toe. ‘Ik zal een beetje vertellen. Rosie gaat ook mee, en we gaan oude bekenden van je opzoeken. Maar meer zeg ik niet!’
Romario keek haar peinzend aan. Oude bekenden? Rosie ook mee? Waar hád ze het over!
‘Goedemorgen Nikki,’ zei Carolien. Ze kwam uit de zadelkamer. In haar handen had ze de halsters van Romario en Rosie.
Romario had van Nikki’s oma voor zijn verjaardag een heel stoer geruit halster gekregen. Het halster had allerlei tinten blauw en grote koperen gespen. Er zat een donkerblauw, dik touw bij. Rosie had een felgroen halster dat haar heel goed stond.
Carolien gaf het halster aan Nikki. ‘Je vriendje staat al klaar,’ zei ze glimlachend. ‘Ik ben benieuwd wat hij er van zal vinden!’
Romario barstte bijna uit elkaar van nieuwsgierigheid. Waar zou hij naar toe gaan? Zou er zo meteen een auto met trailer het erf oprijden? Of een veewagentje, zoals Harm de paardenhandelaar had?
Braaf liep hij achter Nikki aan naar de poetsplaats. Rosie stond in de bosjes. Even later kwam ze samen met Carolien het erf op.
‘Weet jij wat we gaan doen?’ vroeg Romario. ‘Ik bast bijna uit elkaar van nieuwsgierigheid!’
Rosie keek hem verbaasd aan. ‘Hoezo?’ vroeg ze. ‘Is er dan iets?’
‘Volgens Nikki gaan we iets heel speciaals doen,’ zei Romario, ‘maar ze wil niet vertellen wat!’
‘O,’ zei Rosie. Peinzend keek ze naar Carolien en Nikki. ‘Nee, ik weet het ook niet. Misschien gaan we wel naar de hoefsmid. Of naar de dierenarts!’
Geschrokken keek Romario haar aan. ‘Ik mankeer niks hoor,’ zei hij gauw. ‘En mijn hoeven zijn pas nog bekapt!’
‘De mijne ook,’ zei Rosie. ‘Maar wat gaan we dán doen?’
Carolien en Nikki waren inmiddels bezig om beide pony’s te borstelen. Het viel Romario op dat ze er veel werk van maakten. Blijkbaar moesten ze er mooi uitzien.
‘En, zijn ze mooi genoeg zo?’ vroeg Carolien na een tijdje.
‘Ik vind van wel,’ antwoordde Nikki. ‘Ik ben benieuwd of ze de anderen nog herkennen!’
Carolien knikte. ‘En die mensen! Ik geloof dat Romario die vrouw wel leuk vond.’
Romario keek een beetje geïrriteerd naar Carolien. Waarom zei ze nou niet gewoon wat ze gingen doen?! En wie was die vrouw waar ze het over had?
Om de spanning nog wat verder op te voeren, gingen Carolien en Nikki eerst nog op hun gemak thee drinken in de kantine. Daarna kwamen ze weer naar hen toe.
Nikki maakte het halstertouw los en liep samen met Carolien en Rosie naar de uitgang.
Romario stapte vlug achter haar aan. Hm, ze gingen linksaf, naar het dorp.
‘Hé Rosie, misschien gaan we wel boodschappen doen!’ riep hij naar Rosie. ‘Dat hebben we al eens eerder gedaan.’
‘Maar toen hadden we rugzakken om,’ antwoordde Rosie. ‘En bovendien is het zondag! Dan zijn de winkels dicht.’
Romario knikte een beetje schaapachtig. Rosie wist dat soort dingen altijd. Hij niet. Hij voelde zich een beetje dom.
Na een kwartier lopen, kwamen ze bij de rand van het dorp. Er waren veel mensen op pad. Iets verderop klonk een heleboel herrie. Een soort sirene leek het wel. En daar tussendoor hoorde hij een bekende stem. Komt dat zien, komt dat zien! Prachtige prijzen te winnen!
Romario stond opeens stokstijf stil en luisterde nog eens goed. Ja, inderdaad, dat was Ruud, hun buurman op de kermis. Er was kermis in het dorp! Hún kermis waar ze een zomer gewerkt hadden!
‘We gaan naar de kermis!’ riep hij opgewonden naar Rosie. ‘Hoor je dat? Dat is Ruud! Van de ballenkraam!’
‘Warempel,’ zei Rosie verbaasd. ‘Je hebt gelijk!’ Haar gezicht betrok. ''Ze zullen ons toch niet weer als kermispony gaan gebruiken, hè?''
‘Nee, natuurlijk niet,’ antwoordde Romario. Heel, heel ver weg in zijn hart voelde hij heel even een beetje twijfel, maar nee, hij wist het zeker: zoiets zouden Nikki en Carolien nooit doen.
‘Kom maar,’ zei Nikki vriendelijk. ‘We zijn er bijna!’
Romario liep samen met haar door een smal straatje, met Carolien en Rosie achter hen aan. Aan het einde van de straat was een plein, en op dat plein stond de kermis. Als eerste zag Romario de botsautootjes. Daarachter stond de kraam waar je ballen kon gooien, en links in een hoek stond een bekende vrachtwagen.
‘Kijk daar,’ riep hij boven het lawaai uit naar Rosie. ‘Daar zijn Renata en de pony’s!’
In zijn enthousiasme trok hij Nikki bijna mee.
Ze grinnikte. ‘Een beetje rustig, Romi, anders krijgen we weer ruzie met de man van de botsautootjes!’
Romario schrok. Hij minderde vaart en liep samen met Nikki naar links. Aan de kassa zat Renata, en in het straatje daarachter liepen Flip en Karlo met de pony’s Stip en Billy, zo te zien.
‘Stip!’ riep Romario zo hard als hij kon. ‘Billy!’
Stip en Billy gooiden hun hoofd omhoog en gilden keihard terug. ‘Romario! Rosie! Jullie zijn er weer!’
‘Ho, ho,’ riep Karlo stuurs. Hij had de grootste moeite om Stip in bedwang te houden. Met een chagrijnig gezicht kwam hij op hen af.
‘Altijd de boel in de war schoppen, die kleine,’ zei hij onvriendelijk.
Nikki keek hem boos aan. ‘Hij doet niks!’ zei ze kattig. ‘Jij moet gewoon beter op je pony letten!’
‘Tut tut,’ suste Renata, ‘geen geruzie bij mijn kassa.’ Ze deed de deur open van het kassahokje en keek vriendelijk naar Carolien en Nikki. ‘Wat leuk dat jullie op bezoek komen! Hoe gaat het met Romario? Hij ziet er prima uit!’
‘Heel goed!’ antwoordde Nikki trots. ‘Hij kan allerlei kunstjes, kijk maar!’
Ze wees met haar hand naar Romario’s schouders. Romario maakte een diepe buiging en bleef zo even staan.
‘Dat is knap,’ zei Renata bewonderend. ‘Ik kan wel zien dat jullie goed geoefend hebben. En Rosie, hoe is het daarmee?’
‘Ook heel goed,’ antwoordde Carolien. ‘Alle kinderen zijn dol op haar.’
Renata knikte. ‘Dat geloof ik meteen,’ zei ze. Ze wees naar twee pony’s die vastgebonden waren naast de kassa. De een was zwartbont en de ander een donkere schimmel. ‘In plaats van Romario en Rosie heb ik die twee pony’s gekocht,’ zei ze. ‘En Mickey is thuis, hij is ziek.’
‘Dat vinden wij helemaal niet erg,’ fluisterde Stip. ‘Hij is nog net zo vervelend als vroeger! De nieuwe pony’s zijn heel aardig.’ Ze wachtte even en grijnsde naar Romario. ‘Maar er is niemand zoals jij… We hebben het er nog steeds over hoe je dwars over de kermis liep om je meisje te zoeken!’
Romario zwol van trots. ‘Ja, dat was wat,’ zei hij. ‘Ik was doodsbang dat ik haar niet zou vinden en dan naar de slager moest…’ Hij rilde even. ‘Weet jij waar ze suikerspinnen hebben?’ vroeg hij toen. ‘Daar heb ik vreselijk zin in.’
Stip grinnikte. ‘Kijk, die kraam daar links. Zo te zien is je meisje druk in gesprek, misschien kun je even gaan kijken!’
Romario keek naar Nikki. Ze lette inderdaad helemaal niet op hem. Ze stond bij Billy en deed voor aan Renata hoe ze hem een buiging kon leren maken. Om haar handen vrij het hebben, legde ze het halstertouw over Romario’s rug.
Romario knipoogde naar Stip. Behoedzaam deed hij een stapje opzij. En nog een. Zonder zijn hoofd te draaien, keek hij naar Nikki. Ze had niets in de gaten. Langzaam liep hij een pasje vooruit, en toen nog een. Nog een paar passen!
Terwijl hij ondertussen op Nikki en de anderen lette, sloop hij naar de kraam. De vrouw die de suikerspinnen maakte, was nergens te zien. Vóor de kraam stond een tafeltje, met daarop een grote bak. In die bak stonden verrukkelijk uitziende roze, gele, groene en blauwe suikerspinnen.
Het water liep Romario in zijn mond. Hij dook op de bak af en nam een grote hap. De bak viel om en alle suikerspinnen rolden eruit. Eén suikerspin viel op de grond en drie anderen lagen op tafel.
Romario lette nergens meer op, zo verdiept was hij in zijn suikerspin. Hij smakte en likte zijn lippen af. Hmmm, dacht hij, dit was de allerlekkerste suikerspin die hij ooit geproefd had.
Daarna keek hij triomfantelijk naar Stip. Die kwam niet meer bij van het lachen.
Romario grijnsde breed en nam nog een hap.
‘Van wie is die pony?’ riep de eigenaresse van de kraam opeens. ‘Dat rotbeest eet al mijn suikerspinnen op!’ Ze zwaaide met haar armen en keek boos naar Romario. ‘Laat dat! Maak dat je weg komt!’
Nikki, Renata en Carolien keken geschrokken naar Romario. Nikki’s hoofd werd zo rood als een boei. Carolien grinnikte en Renata begon keihard te lachen. Ze wreef de tranen uit haar ogen, zo hard lachte ze. Toen liep ze samen met Nikki op hem af.
‘Ik zal de schade wel vergoeden Priscilla,’ zei ze tegen de vrouw achter de kraam.
‘Dat is het me wel waard! Ik heb al lang niet meer zo gelachen.’ Ze keek naar Nikki. ‘Neem de suikerspinnen maar mee, dan krijgen de andere pony’s er ook een.’
Toen ze terug waren bij de kassa, begon ze weer te lachen. Nu lachte Nikki ook. Ze gaven aan elke pony een suikerspin en namen er zelf ook een.
En Romario? Die at vol overgave zijn tweede suikerspin op. Nikki had gelijk, dacht hij terwijl hij naar een lange sliert suiker hapte. Het was een héle bijzondere dag vandaag.

boekomslag-A26.png