Gertrud Jetten - Manege de Zonnehoeve

''Assa, vertel je nog een keer over IJsland?'' vroeg Lizzy het veulen. Haar lichtbruine ogen keken verwachtingsvol naar Assa. Assa keek op van de berg hooi waar ze aan bezig was. ''Ik heb nu eigenlijk geen tijd,'' zei ze al kauwend. ''Ik wil dit hooi opeten voordat de anderen terugkomen.'' 
Goldy, Lizzy''s moeder, was vertrokken met Lucy en de andere pony''s. Daardoor was Assa alleen met Lizzy achtergebleven. 
''Ah toe!'' zeurde Lizzy. ''Ik vind het altijd zo leuk!''
Assa zuchtte. Meestal vond ze Lizzy heel gezellig, maar nu wilde ze liever even alleen zijn. Hoe kwam het toch dat uitgerekend Goldy''s veulen dol op haar was? Ze liep haar de hele dag achterna en wilde graag net zo stoer en zelfstandig zijn als Assa. 
Een paar dagen geleden had Assa haar tegen Goldy horen zeggen dat Assa haar grote voorbeeld was. Assa had met moeite haar lachen in kunnen houden. Zij het grote voorbeeld van Lizzy! Wat een mop! 
Goldy had een bloedhekel aan Assa, en Assa aan Goldy. Ze ruzieden met elkaar vanaf het eerste moment dat ze elkaar hadden leren kennen. Over alles. Goldy vond Assa een luie vreetzak, en Assa vond Goldy een arrogante tut. 
In de loop van de tijd was het wel beter geworden, maar vriendinnen waren ze nog steeds niet en dat zouden ze waarschijnlijk ook nooit worden.
Lizzy duwde zachtjes met haar neus tegen Assa''s schouder. ''Alsjeblieft Assa,'' zei ze zachtjes. 
Assa nam nog een hap hooi. ''Goed dan,'' zei ze al kauwend. ''Waar zal ik over vertellen?''
''Maakt niet uit,'' antwoordde Lizzy opgewonden. ''Ik vind alles leuk.'' Ze kwam dicht naast Assa staan, zo dicht dat ze haar adem inademde.
''Eens even denken,'' zei Assa, langzaam. ''O ja, ik weet nog wel iets. Maar het is wel spannend hoor!''
Ze nam nog een hap en at die helemaal op voordat ze ging vertellen.
''Ik stond met mijn vriendin Silfra in de paddock toen Freya eraan kwam.'' 
''Wie is Freya ook alweer?'' piepte Lizzy.
''Freya was mijn meisje,'' antwoordde Assa, ''net zoals Lucy het meisje van je moeder is.
Ik zag aan haar ogen dat ze iets van plan was: ze zag er anders uit dan anders. Freya zadelde mij op en ging op mijn rug zitten. Het was lekker fris, en er stond een heerlijke wind. Zo''n wind die de lucht van de zee meeneemt, weet je.''
Lizzy wist het niet, maar toch knikte ze.
''Ik kan me nog herinneren dat er een grote groep sneeuwganzen over vloog toen ze opstapte. Tegelijkertijd begon de zon te schijnen. Ik nam aan dat we in de bak gingen rijden, omdat Gustur er niet was, maar Freya stuurde me meteen het erf af.''
''Wie was Gustur?'' vroeg Lizzy.
''Gustur was de baas van de stal,'' antwoordde Assa, ''en hij was ook mijn eigenaar. Freya mocht zo vaak op me rijden als ze wilde, maar ze mocht niet alleen naar buiten. 
Ik bleef stilstaan bij het hek, maar daar trok Freya zich niets van aan. Ze dreef me flink aan en stuurde me naar links, de vlakte op. De vlakte was mijn lievelingsplek. Er was alleen zwart zand en kort gras en je kon er eindeloos ver kijken. Het was er zo stil dat ik alleen maar de wind hoorde, en af en toe een vogel.''
Ze stopte even. ''Dat mis ik hier het meeste,'' zei ze toen. ''De stilte. Hier is altijd herrie.'' 
Ze nam nog een hap en vertelde verder. ''Freya stuurde mij een smal paadje op dat bij een beekje uit kwam. Daar heb ik met het water gespeeld en wat gedronken. Ik weet dat nog goed, want het water smaakte heel lekker. 
Meteen na het beekje gingen we verder in tölt. Inmiddels dacht ik er niet meer aan dat Freya niet alleen naar buiten mocht. Ik vond het buiten veel leuker dan in de bak! Stiekem ging ik steeds harder. Freya lachte er om en liet mij lekker lopen. Freya vond het leuk om hard te gaan, en ik ook. Hier vind ik er niet veel aan. Carolien is altijd zo precies… Doe dit, doe dat… Dan heb ik al geen zin meer.''
Lizzy knikte ernstig.
''Waar was ik ook alweer?'' vroeg Assa. 
''Dat jullie in tölt waren,'' antwoordde Lizzy.
''O ja. Een stukje verderop stroomde een wilde rivier, de Blanda. Het water kolkte en stroomde zo hard dat ik er draaierig van werd.'' Ze huiverde even.  
''Ik was bang. Ik had al vaker door rivieren gelopen, maar nog nooit in het voorjaar. Dan zijn de rivieren veel wilder dan in de zomer, en deze was zo wild dat ik echt niet durfde.'' 
Ze was zo in gedachten dat ze helemaal vergat om te kauwen.
Lizzy duwde met haar neus tegen Assa''s hals. ''Ga verder!'' zei ze ongeduldig.
''Freya liet me een stuk langs het water lopen en stopte toen bij een plek waar je er makkelijk in kon. Er waren allemaal oude sporen van andere paarden, ook aan de overkant, waar ze er weer uit waren gekomen.
Ik was helemaal in paniek. Straks wilde Freya nog dat ik er in zou gaan! Ik wist niet wat haar bezielde, want het was hartstikke gevaarlijk. Niemand ging daar ooit alleen doorheen, en zeker geen kind! 
Ik probeerde weg te draaiden, maar ze stuurde me telkens terug. Van dichtbij maakte het water een hels kabaal. Er dreven grote brokken ijs in. Op het moment dat ik ze zag, waren ze alweer weg, zo snel stroomde het water.
Vooruit Assa! riep Freya, ga erin! 
Ik wilde best naar haar luisteren, maar het lukte me niet, zo bang was ik. 
Toen zag ik aan de overkant een elfje. Het was een lichtgroen elfje met doorschijnende, roze vleugeltjes. Ze had blond haar en glimlachte ondeugend. 
Zo te zien heb je problemen met je meisje, riep ze. Ik help je wel!''
Lizzy keek met grote ogen naar Assa. ''Mama zegt dat elfjes niet bestaan,'' zei ze.
Assa snoof. ''Wat weet je moeder daar nou van? Is zij ooit op IJsland geweest? Nee, zie je wel!'' Ze nam nog een hap hooi.
''Op IJsland zijn echt elfjes,'' zei ze al kauwend. ''En kabouters. Maar goed, laat maar even. Daar stond ik dus. Het elfje zwaaide met haar staf. Je zult het vast niet geloven, maar plotseling stroomde het water langzamer dan eerst. Ook het lawaai werd minder. 
Ik twijfelde. Zoals het water nu was, zou ik wel durven. Langzaam ging ik naar de rivier toe. Het zand rook naar de ander paarden die er al geweest waren. Ze waren net zo bang als ik.
Kom maar, riep het elfje. Zo kun je er wel door! Het gras is heerlijk hier!
Dat gaf de doorslag. Heel voorzichtig ben ik toen naar het water gelopen. Het water was ijskoud. Nog veel kouder dan het water van het beekje. En diep dat het was! Na een paar passen zakte ik er al tot mijn buik in weg.''
Lizzy stond ademloos te luisteren. Haar lichtbruine ogen waren vast op Assa gericht. 
''Freya vond het geweldig,'' vertelde Assa. ''Ze lachte hard en vond het helemaal niet eng. Maar ik wel! Ik was bang dat het water me mee zou sleuren. Ik liep zo snel als ik durfde erdoorheen. Gelukkig was de bodem stevig. Er lag een dikke laag kiezelstenen waar ik goed op kon lopen.''
Ze nam weer een hap hooi. ''Aan de overkant kon ik er gemakkelijk uit. Het elfje was verdwenen. Achter mij begon de rivier weer te bulderen, en toen ik omkeek werd ik bijna duizelig. Snel liep ik omhoog. 
Freya stapte af en liet me een tijdje grazen. Ze ging zelf in het gras liggen en keek naar de wolken.''
Assa stopte even met eten. ''Ik heb nooit begrepen waarom mensen dat doen,'' zei ze peinzend tegen Lizzy. ''Waarom zou je naar de wolken kijken? Wolken kun je niet eten, toch?''
Lizzy schudde haar hoofd. 
''Toen Freya genoeg wolken gezien had, zijn we nog een uur doorgereden. Ik vond het wel spannend, want in dat gebied was ik nog nooit geweest. Er waren hele rare dingen daar. Sissend water dat zomaar uit de grond kwam. Grote rookpluimen. Op andere plekken borrelde het water zomaar naar boven. En stinken dat het deed! 
Ik vond het maar eng. Ook was ik voortdurend bang dat we weer terug moesten over de rivier, want dat durfde ik niet nog een keer! Gelukkig konden we een brug over. Het water kolkte zo dat ik niet eens naar benden durfde te kijken.
Ik vroeg me af of Gustur ons zou missen. Hij zou vast heel kwaad zijn als hij hoorde wat Freya gedaan had!
Gek genoeg wist Freya precies waar we naar toe moesten. Misschien had ze dat opgezocht op een kaart. Freya was heel slim, weet je.''
''Waren jullie toen bijna thuis?'' piepte Lizzy.
''O nee,'' antwoordde Assa. ''Dat duurde nog wel een uur. Ik was behoorlijk moe, want we waren al drie uur onderweg. Freya niet! Die zat nergens mee. Ze zong liedjes en vertelde mij allerlei verhalen over school, en over haar vriendinnen. 
Toen we thuis kwamen, begon het al te schemeren. Bij de stal stonden Gustur en de ouders van Freya. Ik zag aan hun gezicht dat ze boos en ongerust waren. 
Freya vertelde wat we gedaan hadden. Haar ouders werden helemaal bleek, en Gustur werd steeds roder en roder. Ik heb hem nog nooit zo boos gezien! 
Hij was razend en zei allerlei lelijke dingen tegen Freya. Ben je helemaal gek geworden, schreeuwde hij. Je had wel dood kunnen zijn, en Assa ook!'' 
Assa zuchtte. ''Toen mocht ze een hele tijd niet rijden. Dat was erg jammer, want ik verveelde me vreselijk. Gustur had natuurlijk wel gelijk. Gelukkig was het elfje er! Anders was het misschien wel heel slecht afgelopen…''
Lizzy knikte. ''Zitten hier ook elfjes?'' vroeg ze nieuwsgierig. 
''Ik heb er nog geen gezien,'' antwoordde Assa. ''Maar wie weet! Hé, ik hoor de andere pony''s! Je moeder is weer terug.''
Lizzy knikte afwezig. ''Ik hoop dat ik ook ooit een elfje zie,'' zei ze dromerig en liep toen naar het hek. Toen ze halverwege was, draaide ze zich om. ''Ik ga alles aan mama vertellen!''
Assa grijnsde. Ze schranste snel de laatste happen hooi op en gaapte uitgebreid. Toen wandelde ze naar het bosje. Daar stond ze stil en deed haar ogen dicht. En droomde over IJsland...
boekomslag-48C.png