Gertrud Jetten - Manege de Zonnehoeve

Jacco en Amber doen voor het eerst mee aan een menwedstrijd. Op de dag zelf is Amber in geen velden of wegen te bekennen. Wat nu?

Opgewonden keek Jacco naar het erf. Kwam ze nou eindelijk? Vandaag zou hij samen met Amber voor het eerst aan een menwedstrijd meedoen. De afgelopen weken hadden ze flink geoefend en Jacco had het gevoel dat er niets meer mis kon gaan.
Amber had vooral veel dressuur met hem gedaan, want dat vond ze hard nodig. Jacco zuchtte. Voor hem hoefde dat niet zo. Hij hield eigenlijk niet zo van dressuur. Hij had er geen geduld voor. Het duurde hem allemaal veel te lang, en het kon hem niets schelen of een volte nou rond was, of eivormig. Of vierkant. Wat maakte dat nou uit?
Nee, dan de marathon! Daarin was hij pijlsnel en ontzettend handig. Jacco verheugde zich al op het parcours van vandaag. Hij fantaseerde over prachtige hindernissen. Eentje met allemaal ballonnen bijvoorbeeld. Of een enorme zandvlakte waar hij lekker overheen kon scheuren.
''Ze is laat!'' bromde Romario naast hem.
''Ik snap er niets van,''  zei Jacco zenuwachtig. ''Volgens mij had ze er al lang moeten zijn!'' Hij ijsbeerde langs het hek. ''En Jos is er ook nog niet!''
Jos was al een paar keer gekomen om Amber mee te helpen en zou vandaag ook meegaan. De vader van Jos, Mark, zou hen brengen.
''Misschien heeft ze zich verslapen?'' vroeg Romario. ''Dat kan best! Nikki heeft zich pas ook een keer verslapen toen we een dagtocht gingen maken. Ze…''
Jacco luisterde al niet meer. Het liefste wilde hij zijn oren dichtstoppen. Wat kon hem dat nou schelen!
Plotseling stond hij stil en luisterde ingespannen. In de verte was een zware motor te horen. Zouden dat Jos en Mark zijn met de vrachtwagen?
Het geluid kwam langzaam dichterbij. Vlak voor de ingang naar De Zonnehoeve werd het geluid zachter en even later reed de grote vrachtwagen van Jos en Mark het erf op.
''Ze zijn er!'' riep Jacco opgelucht. Hij trok een sprintje en gaf een flinke bok.
Met een piepend geluid ging de kantinedeur open.
''Dag Mark, goedemorgen Jos,'' begroette Carolien hen. ''Hebben jullie iets van Amber gehoord? Ik snap niet waar ze blijft!''
Mark keek bezorgd op zijn horloge. ''Als ze niet opschiet, komen we nog te laat,'' zei hij. ''Er staat een file tussen Overmeer en Graafzijl.''
Carolien haalde haar mobieltje tevoorschijn. ''Ik zal Amber even bellen, misschien heeft ze zich verslapen.''
Ze drukte het nummer in en wachtte.
''Hm,'' zei ze naar een tijdje. ''Wat vreemd! Er neemt niemand op.''
Ze probeerde het nog een keer. Nog steeds niets.
Jacco beet van de spanning bijna op zijn tong. Waar was ze nou toch! Gisteren had ze zijn tuig nog gepoetst en de wagen nagekeken. ''Dat is voor zondag,'' had ze gezegd. ''Morgen ben ik naar een familiedag.''
Jacco kreeg het opeens ijskoud. Amber had zich in de dag vergist! De wedstrijd was vandaag, op zaterdag, en niet op zondag! Hij was zo geschrokken dat hij zich niet meer kon verroeren. Zijn hoofd tolde en hij voelde zich misselijk.
Amber zat nu ergens aan een tafeltje met haar opa en oma en alle tantes en ooms die ze had. Misschien was ze nu wel een gebakje aan het eten. Of rende ze rond in een speeltuin. Ik doe morgen met Jacco mee aan een menwedstrijd! zou ze trots vertellen.
Jacco liet verslagen zijn hoofd zakken. Alles was voor niets geweest. En hij had zich er zo op verheugd!
Met een lang gezicht keek hij naar het erf. Jos had het tuig gepakt, en Mark was bezig met de wagen. Houd maar op! wilde hij roepen. Ze komt toch niet! Geïrriteerd zwaaide hij met zijn staart. Wat hij ook deed, ze zouden hem niet begrijpen.
Carolien was op het bankje gaan zitten voor de kantine en keek ingespannen naar haar mobieltje. ''Ik moet toch ergens het mobiele nummer van Ambers moeder hebben,'' mompelde ze. Ze drukte op een knopje.
''Wat raar,'' hoorde Jacco haar zeggen ''Ik weet het toch echt zeker!''
Ze wreef over het toestel en drukte op weer een ander knopje. ''Ja, zie je wel, hier is het!'' riep ze uit.
Jacco ging zo dicht mogelijk bij het hek staan, zodat hij niets zou missen.
''Hé Thea,'' hoorde hij Carolien zeggen. ''Is er iets fout gegaan? Amber is er nog niet.''
Jacco hoorde een verschrikte uitroep.
''Ja, dat is echt vandaag,'' antwoordde Carolien.
Het was een tijdje stil.
''Waar zitten jullie?'' vroeg ze toen.
''Vaarderbroek,'' zei ze peinzend. ''Ligt dat niet vlakbij Overmeer? De wedstrijd is in Krimpen. Ik zal aan Jos en Mark vragen of ze Amber op kunnen pikken. Ik bel je zo terug!''
Ze klapte haar mobieltje dicht en liep naar Mark toe. ''Amber heeft zich in de dag vergist,'' zei ze ongerust. ''Ze dacht dat het morgen was!''
''En wat nu?'' vroeg Mark. Hij streek over zijn voorhoofd.
''Amber is bij een familiedag vlakbij Overmeer,'' antwoordde Carolien. ''Ze schrok zich rot. Kunnen jullie haar ophalen?''
Mark keek op zijn horloge. ''Ze moet om elf uur starten en het is nu half tien… Ik weet niet of we dat halen!'' Hij krabde op zijn hoofd.
''Ik weet zeker dat Amber supergraag mee wil doen, pap,'' zei Jos. ''Zullen we het gewoon proberen?''
''Oké dan,'' antwoordde Mark. ''Pak jij Jacco? We moeten zo snel mogelijk weg.''
Jacco liep vlot achter Jos aan de uitloop uit. Jos liep meteen door naar de vrachtwagen en leidde hem naar binnen. Toen liep ze weer naar buiten. Even later kwam ze terug met het tuig.
''O jee, wat doen we met de kleren?'' vroeg Jos plotseling. ''Amber heeft natuurlijk niet haar wedstrijdkleren bij zich!''
''Ik heb nog wel iets dat ze aankan,'' zei Carolien.
Ze ging de kantine in en kwam terug met een beige rijbroek, een paar oude rijlaarzen en een zwart jasje. Ze propte alles in een zak en legde het bij het tuig.
Mark had inmiddels ook de marathonwagen binnen gezet. ''Zo,'' zei hij tegen Carolien, ''wij zijn weg. Hopelijk komen we nog op tijd!''
Hij deed samen met Carolien en Jos de klep dicht en liep naar de cabine. Even later sloegen twee portieren dicht en hobbelde de wagen het erf af.
Jacco keek zenuwachtig naar buiten. Dit ging niet volgens plan. Helemaal niet, zelfs. Hij begon zich een beetje op te winden. Die stomme Amber! Hoe kon ze zich zo vergissen! Boos stampte hij met zijn hoeven op de vloer.
De vrachtwagen maakte een flauwe bocht en ging sneller te rijden. Jacco keek naar buiten. Ze waren nu op de snelweg. In de verte zag hij een weiland vol met shetlanders in alle kleuren.
Na een tijdje minderde de vrachtwagen vaart en even later stonden ze stil. Bezorgd keek Jacco uit het raampje. Naast hem zag hij een heleboel auto''s, zover als hij kon kijken. Ze stonden in de file.
Jacco zei iets heel lelijks. Hij had geen idee waar ze waren en hoe lang het nog zou gaan duren. Er zat niets anders op dan maar af te wachten.
Na wat een eeuwigheid leek, begon de wagen weer te rijden. Vlak daarna stond hij weer stil. Jacco sprong bijna uit elkaar. Het was om gek van te worden! Hij had weken uitgekeken naar deze dag, maar tot nog toe was het een ramp. Een absolute ramp. Straks waren ze op het wedstrijdterrein en konden ze niet eens meer meedoen!
Als hij Amber zag, zou hij haar eens flink onderhanden nemen.
Dat zou je nooit doen, zei een stemmetje in zijn binnenste, je bent dol op Amber.
Hij keek weer naar buiten. In de verte was een bordje te zien. Hij tuurde er ingespannen naar. Stond daar nou Overmeer? Hij had geen idee... De vrachtwagen ging langzaam naar rechts en maakte vaart. Daarna reed hij een grote parkeerplaats op. Even later stond hij weer stil.
''Sorry, sorry!'' hoorde hij Amber roepen. ''Tienduizend keer sorry. Ik voel me zo stom!''
''Stap maar gauw in,'' zei Mark. ''Hopelijk komen we nog op tijd!''
''Ik weet een snelle weg binnendoor,'' zei een onbekende stem. ''Zal ik voorop rijden?''
''Goed idee!'' antwoordde Mark. ''Over een half uur moet Amber al starten!''
De motor van de vrachtwagen begon weer harder te brommen. Veel sneller dan Jacco had verwacht, reden ze een wedstrijdterrein op. De vlaggen wapperden vrolijk in de wind, en in het midden stond een grote tent.
De vrachtwagen hobbelde over een weiland en stond toen stil. Met een grote zwaai ging de klep open. Jacco knipperde met zijn ogen tegen het felle zonlicht. Langzaam liep hij achter Amber aan de klep af. Om de vrachtwagen heen stonden wel 30 mensen.  
''Mijn hele familie is mee gekomen,'' zei Amber een beetje verlegen tegen Mark. ''Ze willen allemaal de wedstrijd zien.''
Mark knikte. ''Ik ga snel naar het secretariaat,'' zei hij. Hij keek weer op zijn horloge. ''Je moet over een kwartier al je dressuurproef rijden, dus schiet op!''
Jacco was nog nooit zo snel ingespannen. Terwijl Jos alvast op de wagen ging zitten, kleedde Amber zich om. Toen ze terug kwam, begon Jos te grinniken.
Jacco keek naar Amber en grinnikte ook.
De laarzen die Carolien aan Jos had meegegeven waren veel te groot en de rijbroek slobberde om haar benen.
''Ga snel zitten,'' zei Jos. ''Daar achter is de dressuurring. We komen papa onderweg wel tegen, dan kan hij ons de startnummers geven.''
''Wil de volgende starter zich gereed houden?'' schalde de stem van de omroeper over het terrein. ''Dat is Amber Vermeer, met Jacco van de Paddenburcht.''
''O jee, dat zijn wij!'' zei Amber zenuwachtig. ''Ik heb niet eens de tijd om los te rijden!''
Toen Jacco dat hoorde, grijnsde hij van oor tot oor. Dat scheelde weer heel wat voltes en andere saaie dressuuroefeningen!
Braaf liep hij naar de dressuurring. Daar stonden er veel meer mensen dan anders. Een jongetje met een bril riep ''Hup Jacco!'' en een oude meneer zwaaide vrolijk naar Amber en Jos. Ambers vader stond klaar met een filmcamera.  
Jacco wachtte rustig tot Mark het startnummer aan zijn hoofdstel had vastgemaakt. Toen stapte hij vlot de ring in. Hij zou ze wel eens wat laten zien! Wie had gezegd dat je bij dressuur langzaam moest lopen? Zolang de voltes maar min of meer rond waren, was er geen probleem…

boekomslag-C48.png